De bijen

Een stad van
vijftigduizend.


Een bijenvolk is geen verzameling losse insecten, maar één samenwerkend geheel. Begrijp je het volk, dan begrijp je de honing.

Het volk

Eén koningin, duizenden taken.

In de zomer telt een volk al gauw veertig- tot vijftigduizend bijen. Toch is er maar één koningin: zij legt de eieren en houdt met geurstoffen het hele volk bij elkaar.

De werksters — allemaal vrouwtjes — doen al het andere. Hun taken verschuiven met hun leeftijd: eerst poetsen en voeren binnen de kast, daarna was maken en bouwen, en in hun laatste weken pas naar buiten om nectar en stuifmeel te halen. De darren, de mannetjes, hebben maar één rol: paren met een jonge koningin.

Van nectar naar honing

Verdampen en verzegelen.

Een foeragerende bij zuigt nectar op en bewaart die in haar honingmaag. Onderweg en in de kast mengt ze er enzymen door die de suikers omzetten. Andere bijen nemen het over, leggen het in de raat en wieken met hun vleugels het vocht eruit.

Pas als de honing dik genoeg is — nog maar zo'n vijfde water — sluiten ze de cel af met een dun wasdekseltje. Die verzegelde raat is het teken voor de imker: nu is de honing rijp om te slingeren.

Bestuiving

Het belangrijkste werk gebeurt onderweg.

Honing is eigenlijk een bijproduct. Het grootste nut van de bij zit in wat ze tussendoor doet: bij elke bloembezoek blijft stuifmeel aan haar haren plakken, dat ze meeneemt naar de volgende bloem.

Zo bestuift één volk dagelijks miljoenen bloemen. Fruitbomen, moestuinen en wilde planten in de hele omgeving profiteren daarvan. Een bloemrijke streek en gezonde bijen houden elkaar in stand — en in een tuinrijk gebied als de Uiterweg is dat goed te merken.

Biologisch imkeren

Zo min mogelijk ingrijpen.

Biologisch imkeren draait om vertrouwen op de natuurlijke veerkracht van het volk. We sturen waar nodig, maar laten de bijen het werk doen.

  • Natuurlijke raat. De bijen bouwen hun eigen raat in plaats van kunststof.
  • Geen synthetische of chemische middelen / zuren. Tegen de varroamijt gebruiken we weerbare VSH Buckfast stamboomlijnen.
  • Eigen voorraad eerst. De bijen houden genoeg honing aan om de winter door te komen; wij oogsten het overschot.
  • Biologisch bijvoeren. Is bijvoeren noodzakelijk, dan met biologische suiker.
  • Bewuste standplaats. Tussen bloemen en water, ver van intensieve landbouw en bespuiting.

Verder naar de honing